Tips & Advies

Beplanten kunt u door ons laten uitvoeren maar het is ook mogelijk om dit zelf te doen.
Hieronder staan tips om het beplanten zo correct mogelijk uit te voeren.

Het planten in zeven stappen

  • Graaf een zodanige diepe en brede sleuf dat een ingegaasde wortelkluit er ruim in past
  • Spit de bodem van de sleuf, zodat de wortels losse grond vinden om vlot verder te groeien (aanslaan)
  • Meng de tuingrond in de sleuf eventueel met compost, dat bevat wat voeding en veel humus, dat vocht vasthoudt.
  • Leg de planten eerst uit en zet ze zo snel mogelijk in de sleuf. Bedek de wortelkluit met grond en trap voorzichtig aan.
  • Onder droge omstandigheden is het raadzaam de sleuf half te vullen en vol te laten lopen met water. Rustig laten wegzakken en daarna verder aanvullen met grond.
  • Een rechte haag moet ook kaarsrecht worden geplant. Span eerst eventueel een touw als hulpmiddel.
  • Snoeien blijft beperkt tot de zijkant van pas geplante hagen. Bij taxus en coniferen laat u toppen doorgroeien tot de gewenste hoogte is bereikt.

De plantafstand bepalen voor het zetten van een haag.

De plantafstand is de geadviseerde afstand tussen de planten wanneer deze in de tuin worden geplant. Omdat de plant na aankoop nog zal uitgroeien, en daar ook de ruimte voor nodig heeft, is deze onderlinge afstand van belang.

Hieronder staan de meest gebruikte groenblijvende haagplanten met hun plantafstanden:

  • Thuja occidentalis Brabant (levensboom) plantafstand: 2,5 a 4 per strekkende meter.
  • Thuja occidentalis Smaragd plantafstand: 2,5 a 4 per strekkende meter.
  • Cham. law. Columnaris plantafstand: 2,5 a 4 per strekkende meter.
  • Buxus semp. bossen plantafstand: 4 tot 6 planten per strekkende meter.
  • Prunus laurocerasus Rotundifolia (gewone laurier) plantafstand: 2,5 a 4 per strekkende meter.
  • Prunus laurocerasus Ani (Laurier) plantafstand: 2,5 a 4 per strekkende meter.
  • Taxus baccata (venijnboom) plantafstand: 2,5 a 4 per strekkende meter.
  • Cupressocyparis leylandii plantafstand: 3 a 4 per strekkende meter.

Onderhoud

Met het vormen van een haag moet men in een vroeg stadium beginnen. Het is niet mogelijk oude, volwassen planten te veranderen in een goed verzorgde ondoordringbare haag. Minimaal twee keer per jaar dient u uw haag te snoeien, bij elk soort is het tijdstip van snoeien weer anders. Het beste kunt u na de eerste uitloop in het voorjaar snoeien en de tweede uitloop eind zomer/begin najaar. Op deze manier heeft u het mooiste resultaat met de minste knipschade aan de takken. Jaarlijks bemesten met tuincompost/potgrond is aan te raden.

Voeden en snoeien

Voor de conditie van haagplanten is voeding belangrijk, omdat de vitaliteit nauw samenhangt met hun gezondheid. Vooral coniferen op lichte grond zijn gebaat bij een jaarlijkse gift van compost en oude stalmest. Tuincompost met gedroogde koemest is een alternatief. Breng dit, enkele centimeters dik, in de plantstrook aan. Het najaar of de late winter is daarvoor de beste tijd. Daarnaast zijn er voor coniferen en buxus speciale voedingsstoffen te koop, afgestemd op de behoefte van de plant.

Snoeien kan het beste tweemaal per jaar gebeuren: eind mei en eind juli/begin augustus. Snoei niet tijdens droog en warm zomerweer, dat geeft verbranding. Een haag die in de nazomer nog nagroeit, maar wel strak moet zijn mag u half september nogmaals snoeien. Niet later, dat kan nachtvorstschade geven.

Voor een optimale belichting en om uitzakken te voorkomen moet een haag recht worden gesnoeid, of enigszins breder naar onderen toe. Maar nooit andersom!